14 en 15 september 2010
Gent
Geestelijke gezondheid: kiezen en delen

discussies


De discussies die gehouden werden tijdens het vijfde ggzcongres op 14 en 15 september 2010 te Gent welke het thema: 'Geestelijke gezondheid: kiezen en delen' droeg kan u hieronder terugvinden.


Discussie 1
dinsdag 14 september 2010, voormiddag 11u30 - 13u00
Stop! Ander woord. Naar een minder stigmatiserend taalgebruik
Moderator: Nadine Pauwels
, psychologe, UPC KULeuven, campus Kortenberg
Panelleden:
Myriam Streignart, afdelingsverantwoordelijke, UPC KULeuven, campus Kortenberg
Dirk De Wachter, psychiater, UPC KULeuven, campus Kortenberg
Erik Thys, psychiater, PSC Sint-Alexius Elsene; UPC KULeuven, campus Kortenberg
Marc Hellinckx, Te Gek!?
Filip Verhoest, journalist De Standaard
ervaringsdeskundigen
Er valt rond dit thema heel wat te bediscussiëren. Wat is stigmatiserend taalgebruik (Ben je gek, man!) en is dat voor de patiënt hetzelfde als voor journalist of de hulpverlener?
Is de ggz-terminologie niet sowieso stigmatiserend? Moeten we de diagnose ‘schizofreen’ aanvaarden, vermijden of veranderen? In welke mate kan journalistiek meewerken aan correcte beeldvorming? Is cliché-denken uit te schakelen?
Aan de hand van een aantal stellingen willen we hierover debatteren met hulpverleners, zorggebruikers, journalisten en alle taalgevoeligen.

 

Discussie 2
dinsdag 14 september 2010, voormiddag 11u30 - 13u00
Verslaving, een onverzekerbaar risico?

Moderator: Eva Debusscher, psychiater, PZ Heilige Familie, Kortrijk
Panelleden:
Frieda Matthys, verslavingspsychiater, AZ Sint-Maarten, Mechelen; Free Clinic, Antwerpen; voorzitter VAD; Sectie Verslavingspsychiatrie, VVP
Koen Raes, ethicus, UGent
Ivo Mechels, Test-Aankoop, Brussel
Jean Paul Coteur, coördinator, Test-Achat, Brussel
Piet Calcoen, arts, jurist, Assuralia
Joël Boydens, psychiater, Christelijke Mutualiteit, Brussel
Hendrik Peuskens, psychiater, UPC KULeuven, campus Kortenberg; PC Tienen
In het psychiatrisch werkveld worden patiënten en hun behandelaars geconfronteerd met de vaststelling dat veel mensen – vaak zonder het te weten - voor psychiatrische hospitalisaties en behandelingen niet verzekerd zijn via hun polis hospitalisatieverzekering. De systematische exclusie van suïcidepogingen of van middelengebonden stoornissen, soms zelfs van psychiatrische problematiek in het algemeen, is onrechtvaardig, drempelverhogend en stigmatiserend en compliceert vaak in belangrijke mate de behandeling.
Een panel van specialisten met verschillende achtergrond beantwoordt de volgende vragen:
1. Verslavingsproblematiek is een exclusie criterium in alle verzekeringspolissen. Is een middelen gebonden stoornis verschillend van andere chronische aandoeningen? Wat maakt haar dan anders?
2. Kunnen behandelingen voor verslaving niet verzekerd worden omdat er misschien geen adequate behandelingen bestaan? Zijn middelen gebonden stoornissen eigenlijk behandelbaar?
3. Is de behandeling van verslaving een eindeloos en veel te duurverhaal? Zijn middelen gebonden stoornissen misschien onbetaalbaar en dus onverzekerbaar?

Discussie 3
dinsdag 14 september 2010, namiddag 14u00 - 15u30
Van of/of naar en/en: samenwerken vanuit verschillende therapeutische kaders en strekkingen

Moderator: Peter Lenaerts, klinisch psycholoog, psychotherapeut, opleider systeempsychotherapie, IPRR vzw en Psychotherapeutisch Centrum De Viersprong
Panelleden:
Hilde Van Pelt, Nancy Reynders, Veerle Smits, Paul Descheemaeker, Kris Luyckx, , allen medewerkers aan het Elim, PZ Bethanië, Kapellen
Luc Hamelinck, klinisch-psycholoog / praktijkassistent, UPCKULeuven, campus Sint-Pieter / Faculteit Psychologie & pedagogischewetenschappen, KULeuven
Jaak Le Roy, zelfstandig psychiater-psychoanalyticus/groepstherapeut, Bierbeek
Myriam Van Gael, klinisch pycholoog, psychoanalytisch psychotherapeut, coördinator behandeleenheid mozAïek, PC Sint-Amedeus, Mortsel
Isabelle Dierckx, beeldende therapeute, afdeling Horizon – Kimbo (partiële behandeling), PC Bethanië, Zoersel

In Elim, centrum voor residentiële psychotherapie, werkengesprekstherapeuten vanuit verschillende kaders (systeemtherapie,gedragstherapie, psychoanalyse) en non-verbale therapeuten van verschillende strekkingen (dans, beeld, beweging, muziek, drama) met dezelfde cliënten. Het milieu wordt op een bijzondere manier gehanteerd.Op allerlei vlakken roept dit vragen op. Aan de hand van onderstaande stellingen - gebracht door Elim-medewerkers - willen we een debat opgang brengen over de keuzes die in Elim gemaakt worden.
1. “Zorg op maat” versus “u vraagt wij draaien”: pleidooi voor een overlegmodel voor indicatiestelling. In Elim hechten we veel belang aan zorg op maat. We vertalen dit in een geïndividualiseerd programma in overleg met de cliënt. Hoe dit in zijn werk gaat, wordt toegelicht en Luc Hamelinck geeft kritische bedenkingen.
2. Verschillende kaders in één team verwordt tot eenheidsworst of leidt tot versnippering? Pleidooi voor een derde weg: divergentie binnen convergentie.In Elim werken we vanuit drie verschillende psychotherapeutische denkkaders. Dit helpt ons om beter in te spelen op de zorgvraag van onze cliënt en de cliënt als mens vollediger te zien. Myriam Van Gael bespreekt deze stelling kritisch.
3. Verbale en non-verbale therapie: non-verbale therapie vermag wat het spreken niet kan.In Elim kennen we een bijzondere plaats toe aan non-verbale therapie inde vijf verschillende vormen. De ervaring leert ons dat het nauw samengaan van verbale en non-verbale therapie een wederzijds versterkend effect heeft en resultaten oplevert groter dan de som van de delen.Isabelle Dierckx geeft hierop een kritische reflectie.
4. Milieutherapie: toch maar niet. In Elim zijn we als therapeuten relatief abstinent in het milieu dat zich ontwikkelt tussen de cliënten. Hiermee willen we de verantwoordelijkheid en de autonomie van cliënten binnen hun therapeutisch proces versterken, evenals de confrontatie met zichzelf.We bespreken onze bevindingen en Jaak Le Roy formuleert zijn kritische bedenkingen.

 

Discussie 4
dinsdag 14 september 2010, namiddag 14u00 - 15u30
Psychomotorische therapie anno 2010: uitdagingen!

Moderator:Michel Probst, hoofddocent, diensthoofd psychomotorische therapie, UPC Kuleuven, campus Kortenberg; FaBeR, KULeuven
Panelleden:
J. Simons, UPC KULeuven, campus Kortenberg
Jan Knapen, psychomotorisch therapeut, dienst psychomotorische therapie en kinesitherapie - UPC KULeuven, campus Kortenberg
Davy Vancampfort, psychomotorisch therapeut, dienst psychomotorische therapie en kinesitherapie - UPC KULeuven, campus Kortenberg

Psychomotorische therapie wordt vandaag gedefinieerd als een behandelingsmethode die de lichamelijkheid en het bewegen als aanknopingspunt van haar benadering neemt waarbij men - na eerst een psychomotorisch onderzoek te hebben uitgevoerd, op planmatige wijze en in samenspraak met de patiënt - concreet geformuleerde doelstellingen die relevant zijn voor de problemen waarvoor de patiënt hulp nodig heeft, probeert te realiseren. Hoewel de psychomotorische therapie in alle Vlaamse psychiatrische instellingen is ingeburgerd, blijft een sfeer van onwetendheid hangen over wat deze therapievorm binnen de wereld van de geestelijke gezondheidszorg precies te bieden heeft.
Psychomotorisch therapeuten hebben in het verleden weinig aandacht besteed aan het zichtbaar en inzichtelijk maken en dus het profileren van hun beroep voor belanghebbenden en geïnteresseerden. Om hieraan tegemoet te komen werd een omschrijving van psychomotorische therapie in al zijn facetten in "Actuele themata uit de psychomotorische therapie 2008" gepubliceerd. In die tekst werd het beroepsprofiel van de psychomotorisch therapeut, een mogelijke functieomschrijving, de beroepstaken en de competenties van de psychomotorisch therapeut, de opleiding tot psychomotorisch therapeut in Vlaanderen, en tenslotte een SWOT-analyse van de psychomotorisch therapie in Vlaanderen besproken.
De Vlaamse Vereniging van Psychomotorisch Therapeuten wil de ontstane discussie op gang houden. Het doel van deze discussie is enerzijds toelichting te geven bij de huidige stand van zaken en anderzijds in discussie te gaan met het oog op het verfijnen en het finaliseren van de tekst "beroepsprofiel psychomotorisch therapeut in Vlaanderen".

 

Discussie 5
dinsdag 14 september 2010, namiddag 16u00 - 17u30
Eerstelijns geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen: de ontbrekende schakel in een nieuw ggz-landschap?

Moderator:Wim Van Wambeke, FDGG, Gent
Panelleden:
Peter Brepoels, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk
Leen Van Assche, CGG Andante, FDGG, Antwerpen/Gent
Willy Vertongen, Solidariteit voor het Gezin
Lies Vermeulen, Vereniging Wijkgezondheidscentra

Onze minister stimuleert de voorzieningen om nauwer samen te werken in het kader van het toegankelijker maken van de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Voor de centra voor geestelijke gezondheidszorg(cgg) wil dit zeggen dat ze meer “uit hun kot” moeten komen: cgg-medewerkers gaan werken in centra voor algemeen welzijnswerk, gevangenissen, bijzondere jeugdzorg, woon- en verzorgingscentra, … in plaats van af te wachten tot er aan de deur van de therapiekamer wordt geklopt.
Vanuit preventief oogpunt en vroegdetectie werden recent proefprojecten opgezet waarbij cgg ondersteuning bieden aan huisartspraktijken, een voorloper van de eerstelijnspsycholoog. Maar ook los van de gespecialiseerde ggz zien we ontwikkelingen waar speciale aandacht besteed wordt aan psychische problemen.
Zo ook vanuit de thuiszorg en thuisverpleging worden de verantwoordelijkheden ten aanzien van deze doelgroep aangescherpt en willen ze aansluiting vinden bij de ggz op een eigen manier. Goede praktijken zoals thuiszorg voor psychiatrische patiënten, vroegdetectie van psychosen, … sluiten hierbij aan.
In de discussie stellen we ons de vraag hoe er een Vlaamse eerstelijns ggz dient uit te zien en welke de inbreng is van de belangrijkste actoren in de eerstelijnszorg (caw, huisartsen en thuiszorg/verpleging) welke rol de ggz inneemt. Dat hierbij de grenzen tussen welzijn(szorg) en gezondheid(szorg) en tussen gezondheid(szorg) en geestelijke gezondheid(szorg) vervagen ligt voor de hand, maar het is niet evident.


Discussie 6
dinsdag 14 september 2010, namiddag 16u00 - 17u30
Dwang- en dranginterventies

Marc Eneman, hoofdgeneesheer, UPC Sint-Kamillus, Bierbeek
Hella Demunter, psychiater, UPC KULeuven, campus Kortenberg
Panelleden:
Erik Thys, psychiater, hoofdgeneesheer, PSC Sint-Alexius Elsene; UPC KULeuven, campus Kortenberg
Axel Liégeois, ethicus, hoogleraar faculteit Godgeleerdheid, K.U. Leuven en stafmedewerker Broeders van Liefde, Gent
Jan Van Camp, psychotherapeut / opleider, UPC KULeuven, campus Kortenberg / postgraduaat psychoanalytische psychotherapie, KULeuven
Marianne De Boodt, juriste, Similes
Suzanne Maertens, vrederechter, tweede kanton, Leuven
Ervaringsdeskundige uit de werkgroep DENK, Door Ervaring Naar Kennis

‘Dwang- en dranginterventies’ zijn soms onafwendbaar binnen de psychiatrische praktijk. Een vrijwillige behandeling blijft echter het hoogste streefdoel. Dwangmaatregelen dienen zo weinig mogelijk en enkel in verantwoorde situaties te worden toegepast als er geen alternatieven voorhanden zijn. Zowel het ‘te vroeg’ als het ‘te laat’ toepassen ervan kunnen nefast zijn. Wettelijk voorziene dwangmaatregelen zijn in België vooral gekend binnen de residentiële sector en (te) beperkt voorhanden in de ambulante hulpverlening. In tegenstelling tot veranderingen in de Nederlandse wetgeving de laatste jaren, heeft de vermaatschappelijking van de zorg zich in België nog niet vertaald in de wet betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.
Binnen de uitbouw van ambulante en transmurale zorg ontstaan wel pilootprojecten, zoals Assertive Community Treatment. Dit is interdisciplinair georganiseerde, aanklampende, outreachende en intensieve zorg op maat, in overleg met het steunsysteem (waaronder familie) van de patiënt en mits maximaal nastreven van diens autonomie. Deze, evenals residentieel werkende teams, vervullen een belangrijke functie op de grens tussen vrijwilligheid en dwang, door toepassing van drang: het aandringen, motiveren, aansturen in de richting van behandeling. Niet enkel dwang-, ook dranginterventies hebben hun grenzen.
Panelleden gaan onderling en met de deelnemers in discussie over wettelijke, praktische, ethische en klinische kaders voor het gebruik van ‘dwang en drang’, in functie van de uitbouw van een zo genuanceerd mogelijk beleid bij de keuze van de meest aangewezen interventie.

 

Discussie 7
dinsdag 14 september 2010, namiddag 16u00 - 17u30
Samenleefbaarheid van patiënten in residentiële psychiatrie

Moderator: Robert Beunis, psychiater, Z2, Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg, ZNA, Antwerpen
Panelleden:
Eva Rimaux, , psychologe, Z2, Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg, ZNA, Antwerpen
Anja De Prest, hoofdverpleegkundige, Z2, Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg, ZNA, Antwerpen

In de residentiële psychiatrie is er veel contact tussen patiënten onderling, veel meer dan in de somatiek (waar men meestal binnenskamers blijft) zodat afdelingen ook ‘leefeenheden’ zijn. Dit stelt samenleefbaarheidsproblemen: hoe articuleert dit met een afgrenzen van doelpopulaties volgens de grote diagnostische lijnen? We ontvangen patiënten met allerhande pathologie maar ook met uiteenlopende sociale status en rol, intelligentie, leeftijd, persoonlijkheid(sstoornis), lichamelijk verval en zorgbehoevendheid.
Zij vrezen stigmatisatie, confrontatie met beangstigende pathologie,zijn kwetsbaar voor uitlatingen of gedrag van medepatiënten, etc. Interacties kunnen gewenst of integendeel te vermijden zijn(verloedering behandelklimaat, afhaken van patiënten). Bewust of onbewust heeft dit invloed op algemene opnamepolitiek, op interneverwijzing, op keuzes betreffende infrastructuur, organisatie,behandelstrategie, ‘regime’.
We wensen pro’s en contra’s van dit ‘kiezen en (ver)delen’ te exploreren en nodigen uit tot brainstorming.

 

Discussie 8
woensdag 15 september 2010, voormiddag 9u15 - 10u45
Knelpunten en meerwaarde van een zorgoverleg in kader van een Therapeutisch project

Moderator: Jessie Schoofs, coördinator therapeutische projecten persoonlijkheidsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen en psychotische stoornissen, PZ Sancta Maria vzw en PC Ziekeren, Sint-Truiden
Panelleden:
Anneleen De Smedt, coördinator Therapeutisch project forensische psychiatrie Limburg, OPZC Daelwezeth, Rekem
Veerle Umans, coördinator therapeutisch projecten kinderen en jongeren Limburg, KPC Genk

Het ‘therapeutisch project’ tracht overleg tussen verschillende partners te organiseren en te stimuleren. Hiertoe wordt sinds de start van de projecten (1 april 2007) de deelname aan multidisciplinair overleg onder bepaalde voorwaarden vergoed. De bedoeling van dergelijk overleg is expertise omtrent een bepaalde doelgroep uitwisselen en samenvoegen om meer zorg op maat en zorgcontinuïteit te kunnen bereiken. Deze structurele manier van overleggen staat in functie van de toekomstige zorgcircuits en netwerken in de ggz. De therapeutische projecten richten zich steeds op patiënten met een chronische en complexe psychiatrische problematiek.
De bedoeling van deze discussie is ervaringen uitwisselen met anderenrond dit zorgoverleg, en meer specifiek rond het thema‘cliëntparticipatie’. De term 'cliënt' heeft betrekking op alle leeftijdsgroepen.
De discussie wordt gevoerd a. h. v. stellingen zoals
‘patiënten dienen niet deel te nemen aan een overleg’
Dient de cliënt inspraak te hebben in zijn hulpverleningstraject?
Onder welke voorwaarden kan hij/zij al dan niet deelnemen aan overleg?
Dient hij/zij voorbereid te worden op een overleg? Zo ja, wie dient deze voorbereiding dan op zich te nemen?
Op welke manier moet de terugkoppeling t.a.v. de cliënt gebeuren na het overleg? Moet hij bijvoorbeeld een verslag ontvangen?
Vereist een zorgoverleg over een psychiatrische patiënt een andere aanpak dan een overleg rond een patiënt zonder psychiatrische problematiek?
Aan de hand van praktijkervaringen willen we de deelnemers, in dialoog met de panelleden, op een interactieve manier kennis laten maken met zowel de knelpunten als de meerwaarde van deze therapeutische ‘proefprojecten’ die reeds drie jaar georganiseerd worden.

 

Discussie 9
woensdag 15 september 2010, voormiddag 9u15 - 10u45
ManaMa: één jaar later!

Moderator: Gilbert Lemmens psychiater, adjunct kliniekhoofd, Universitaire Dienst Psychiatrie, UZ Gent; voorzitter commissie opleiding VVP
Panelleden:
Hans van den Ameele, AZ Brugge; VVP
Dirk Van den Abbeele, adjunct–kliniekhoofd, Universitaire Dienst Psychiatrie, UZ Gent
Jeroen Decoster, VVAP
Yolente Roelens, VVAP
Geert Dom, psychiater, PC Broeders Alexianen, Boechout; CAPRI, UA
Koen Demyttenaere, KULeuven; VVP
Chris Baeken, VUB; VVP

Met de komst van de master-na-master (ManaMa) aan de universiteiten veranderde de opleiding tot geneesheer-specialist in de psychiatrie grondig. Duidelijke competenties op klinisch, wetenschappelijk, communicatief en beleidsvlak werden gedefinieerd en eindtermen moeten worden gehaald. Ook krijgt de arts-specialist in opleiding (aso) een grotere verantwoordelijkheid voor de eigen vooruitgang.
Maar hoe verloopt het in de praktijk? Discutanten uit verschillende hoeken (psychiater, aso, universiteit, periferie, beroepsvereniging (VVP) en erkenningscommissie,...) worden uitgenodigd om de ManaMa inhoudelijk en structureel te bespreken en te evalueren.


Discussie 10

woensdag 15 september 2010, voormiddag 11u15 - 12u45
PVT: Permanent Verblijf Terminus of Paradijs Vol Toekomst?

Moderator: Stephan De Bruyne, beleidspsychiater, PC Sint-Hiëronymus, Sint-Niklaas
Panelleden:
Bart Dams, hoofdverantwoordelijke, PVT Schorshaegen, Duffel/Heist-op-den-Berg
Gilbert Vanderhoven, hoofdverantwoordelijke, PVT Schorshaegen, Duffel/Heist-op-den-Berg
Hugo Van Noyen, campuscoördinator, PVT Malle

In het psychiatrisch verzorgingstehuis (pvt) komt momenteel een verscheidenheid aan patiënten terecht: verschillend van diagnose,leeftijd en stabilisatiegraad. Het profiel van de bewoners is sinds de oprichting van het pvt drastisch veranderd. In de praktijk bevindt het pvt zich in een keten van voorzieningen voor mensen die langdurige zorg nodig hebben en wordt het daarin momenteel als eindstation gezien.
Er is in Vlaanderen een belangrijke tendens om deze specifieke positie van pvt te behouden. Men kan zich echter ook afvragen of deze positie wel houdbaar is, zowel voor de individuele patiënt/bewoner als voor de organisatie van de zorg voor deze doelgroep in het algemeen. Het pvt situeert zich op het kruispunt van psychiatrisch ziekenhuis, rvt en beschut wonen. Dit zou kansen kunnen bieden, maar in de praktijk is de samenwerking niet altijd even vruchtbaar.
De kloof tussen pvt en andere voorzieningen is momenteel te groot om een geslaagde doorverwijzing te kunnen realiseren. In functie van de evolutie van het psychiatrisch toestandsbeeld, het wisselende niveau van functioneren en de wens van een bewoner (en familie) moet ook een verblijf in pvt nochtans regelmatig in vraag gesteld worden. Hiervoor kunnen bij pvt aanleunende initiatieven uitgewerkt worden die een haalbaar alternatief vormen voor subgroepen van bewoners.
Een andere oplossing is een differentiatie van het zorgaanbod binnen pvt, waarbij niet automatisch alle zorgdomeinen voor iedereen worden overgenomen. Waar moeten we in de toekomst heen met deze patiënten met ernstige, complexe en langdurige psychiatrische aandoeningen?
In deze discussie verkennen we de verschillende standpunten en zoeken we uit wat er kan veranderen in de organisatie van de zorg voor deze doelgroep.

Discussie 11
woensdag 15 september 2010, voormiddag 11u15 - 12u45
Cultuursensitieve zorg in een maatschappij in transitie

Moderator: Stefaan Plysier, psycholoog/psychotherapeut, CGGZ Brussel
Panelleden:
Jan Mampuys, voorzitter samenwerkingsoverleg etnisch-culturele minderheden, netwerkcoördinator regio Brussel
Elke Thiers, netwerkcoördinator regio Antwerpen
Christophe Janssens, netwerkcoördinator regio Gent

Het rapport van internationale migratiebewegingen en allochtone bevolkingsgroepen (Eggerickx, T., Bahri, A. & Perrin, N., 2006) stelt dat immigratiestromen in België aanzienlijk intensiever geworden zijn in de loop van de laatste jaren. Het immigratielandschap wordt verscheidener van uitzicht – maar tegelijk worden de uitdagingen voor integratie groter en complexer.
Verder blijkt uit een onderzoek van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid (Levecque, K. e.a., 2006) dat de mentale gezondheid van Turken en Marokkanen minder goed is dan die van Europeanen. Recente rapporten rond geestelijke gezondheid duiden ook op problemen in de toegankelijkheid van de geestelijke gezondheidszorg en op een tekort aan informatie over ‘good practices’.
Vanuit de regio’s Gent, Antwerpen en Brussel bouwen drie netwerk coördinatoren sedert 2009 een cultuur sensitief zorgaanbod uit. Daarbij wordt gestreefd naar een geestelijke gezondheidszorg die niet alleen aandacht heeft voor de lichamelijke, sociale en psychische dimensies van de hulpvraag maar ook oog heeft voor de culturele dimensie.
Tijdens de discussie wordt aan de hand van good-practices uit de regio’s Gent, Antwerpen en Brussel naar het hoe en waarom van cultuur sensitieve zorg gezocht.
Referenties
Eggerickx, T., Bahri, A. & Perrin, N. (2006). Internationale migratiebewegingen en allochtone bevolkingsgroepen: statistische en demografische gegevens. Louvain-la-Neuve, Belgisch Interuniversitair Consortium over Immigratie en Integratie
Levecque, K., Lodewyckx, I., Van den Eede, S., Timmerman, C. (2006). Gezondheid en gezondheidszorg bij allochtonen in Vlaanderen. Antwerpen, Steunpunt Gelijkekansenbeleid

 

Discussie 12
woensdag 15 september 2010, namiddag 13u45 - 15u15
An inconvenient truth: langdurige psychiatrische zorg in Vlaanderen

Moderator: Stephan Debruyne, psychiater, sectie langdurige zorg en rehabilitatie VVP, Antwerpen
Inleider: Charlotte Sercu, onderzoeker, onderzoeksgroep HeDeRa (Health & Demographic Research) Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent
Panelleden:
Christiaan Decoster, directeur-generaal, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
Chantal Van Audenhove, onderzoekscoördinator, Lucas, KULeuven
Marc Leys, hoogleraar, vakgroep medische sociologie, VUBrussel
Peter Degadt, gedelegeerd bestuurder, Zorgnet Vlaanderen, Brussel
Lucas Joos, psychiater, PC Bethanië, Zoersel
Jan Van Hecke, psychiater, sectie langdurige zorg en rehabilitatie VVP, Antwerpen

In 2009 heeft de onderzoeksgroep HeDeRa, in samenwerking met Popov GGZ en in opdracht van het Overleg van Kernactoren GGZ regio Gent, een onderzoek uitgevoerd naar moeilijk doorverwijsbare zorggebruikers in het Gentse. De focus lag op ggz-zorggebruikers voor wie zorgaanbod en zorgvraag niet (langer) op elkaar afgestemd was, en voor wie een aangepaste residentiële zorg gezocht werd. De doorverwijzing verloopt voor een deel van de zorggebruikers problematisch, en houdt verband met de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg. Charlotte Sercu schetst kort het onderzoek, de resultaten en geeft aanzetten voor discussie.
Ook in 2009 werd de sectie ‘langdurige zorg en rehabilitatie’ binnen de Vlaamse Vereniging Psychiatrie opgericht. Deze sectie tracht de gebrekkige organisatie van de langdurige psychiatrische zorg op de agenda te plaatsen.
Nadat in twee reconversie golven de residentiële zorg voor de psychiatrische patiënt met een langdurig probleem sterk werd afgebouwd, neemt de druk op de resterende bedden immers enkel toe. De ideeën over vermaatschappelijking van de zorg die deze reconversies motiveerden, resulteren niet in een uitgewerkt ambulant zorgaanbod afgestemd op deze populatie. Ook het economische kader waarbinnen ziekenhuizen zijn georganiseerd, motiveert niet tot de noodzakelijke, aanhoudende zorg. De patiënt met een ernstig psychiatrische stoornis valt zo tussen wal en schip.
Groot was dan ook de verontwaardiging toen in het T-bedden rapport van het federaal kenniscentrum (2008) dit complex probleem als volgt werd samengevat: ‘Langdurig psychiatrische patiënten verblijven vaak te lang in een ziekenhuis’. De alternatieve visie uit dit rapport, ‘balanced care’, lijkt opnieuw een doekje voor het bloeden. Het zorgnetwerk waarbinnen moet gebalanceerd worden, is immers niet aanwezig en de noodzakelijke investeringen in langdurige zorg worden nergens vermeld. Verschuiving van budgetten dreigt een onder gefinancierde sector enkel uit elkaar te spelen.
Tijdens deze discussie willen we de conclusies uit het T-bedden rapport onder de loep houden, alsook de betrokken actoren bevragen over de uitwerking van de vooropgestelde reorganisatie. De antwoorden kunnen dan weer getoetst worden aan de klinische ervaringen uit het publiek.
 

Discussie 13
woensdag 15 september 2010, namiddag 13u45 - 15u15
Ouderenpsychiatrie in Vlaanderen: klaar voor de 'ouderenboom'?

Moderator: Lieve Lemey, ouderenpsychiater, AZ Sint-Jan, Brugge - Oostende AV
Panelleden:
Filip Bouckaert, psychiater, ouderenteam, Expertisecentrum dementie brOes, CGGZ Brussel; UPC KULeuven, campus Kortenberg
Michel Malfroid, ouderenpsychiater, UPC Sint-Kamillus, Bierbeek
Mathieu Vandenbulcke, ouderenpsychiater, UPC KULeuven, campus Leuven

De demografische verschuivingen die verwacht worden voor de komen de decennia zijn uitzonderlijk in de wereldgeschiedenis. Proportioneel zal het aandeel ouderen in de bevolking sterk toenemen door het ouder worden van de babyboomgeneratie en de stijging van de levensverwachting.
Deze 'grijze golf' zal gepaard gaan met een toename van ouderdomsgebonden aandoeningen. Op het domein van de ouderenpsychiatrie kan een exponentiële toename van zowel functionele psychiatrische stoornissen als cognitieve problemen en aanverwante aandoeningen verwacht worden.
De sectie ouderenpsychiatrie van de VVP is zich hiervan bewust en wil zich voorbereiden om in de komende jaren hierop een passend antwoord te formuleren.
Profiel, noodzakelijke expertise en specifiek werkterrein van de ouderenpsychiater zijn in Vlaanderen nog vaag omschreven. Inventarisatie van de huidige noden van de ouderenpsychiaters en omschrijving van een gerichte opleiding en eventuele erkenningscriteria vormen belangrijke opdrachten voor de nabije toekomst.
In de loop van het academiejaar 2009 - 2010, en met bovenstaande vragen 'in mind', legde de kerngroep van de sectie ouderenpsychiatrie contacten met hun collega’s van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, de Faculty of the Psychiatry of Old Age (Royal College of Psychiatry, UK) en de American Association of Geriatric Psychiatry. De resultaten hiervan worden meegedeeld met, aansluitend de mogelijkheid tot gedachtewissel en discussie.