14 en 15 september 2010
Gent
Geestelijke gezondheid: kiezen en delen

werkwinkels


De werkwinkels die doorgingen tijdens het vijfde ggzcongres op 14 en 15 september 2010 te Gent en het thema: 'Geestelijke gezondheid: kiezen en delen' droeg kan u hieronder terugvinden.


Werkwinkel 1
dinsdag 14 september 2010, voormiddag 11u30 - 13u00
Inleiding tot de diagnostiek en behandeling van ADHD bij volwassenen

Steven Stes,
psychiater, UPC KULeuven, campus Kortenberg
ADHD is een vaak voorkomende aandoening bij kinderen, die in ongeveer 50 % van de gevallen aanhoudt tot in volwassenheid. De prevalentie van ADHD op volwassen leeftijd wordt geschat op 3-4 % van de algemene bevolking. Vaak gaat deze problematiek gepaard met andere problemen zoals middelenmisbruik, angst- en stemmingsstoornissen. Aan de hand van richtlijnen bespreken we in deze werkwinkel de verschillende onderdelen van (multidisciplinair) diagnostisch onderzoek bij volwassenen met vermoeden van ADHD. Tevens wordt een overzicht gegeven van zowel farmacotherapeutische als psychosociale interventies in de behandeling van volwassenen met ADHD.
Leerdoelen: een beeld krijgen van hoe ADHD in de dagelijkse praktijk kan gediagnosticeerd en behandeld worden.
We pogen met de deelnemers interactie te vinden aan de hand van enkele vraagstellingen over een casus (aanmelding, differentiaal diagnostische ideeën, evaluatie, wat na de diagnose, …). Hierbij wordt telkens verwezen naar de richtlijnen voor diagnostiek en behandeling van ADHD bij volwassenen.

Werkwinkel 2
dinsdag 14 september 2010, voormiddag 11u30 - 13u00
Geluk in mindfulness

David Dewulf,
arts, oprichter Instituut voor Aandacht en Mindfulness, Instituut voor Aandacht en Mindfulness, Gent
Iedereen wil gelukkig zijn, maar we saboteren vaak ons eigen geluk. Mindfulness leert hoe we dit doen. We ontdekken onze patronen waardoor we het geluk hier en nu missen.
Mindfulness heeft twee elementen. Ten eerste zorgzame aandacht geven aan het vaak onnodige lijden. Ten tweede aandacht geven aan het mooie in het leven. Dit laatste sluit aan bij positieve psychologie en de kunst om gelukkig te zijn.
Doorheen deze ervaringsgerichte werkwinkel gaan we dieper kijken naar geluk. Wat is geluk? Waarom missen we het? Hoe saboteren we het? Bestaat er absoluut geluk? We beoefenen samen een aantal ‘gelukmeditaties’. Daarnaast kijken we ook naar hoe wij als hulpverlener onszelf kunnen herbronnen. Hoe gaan we om met negatieve anticipaties als we weer die ‘lastige patiënt’ over de vloer krijgen? Hoe kan je een hartelijke- heartful- houding aannemen?
Referenties
Dewulf, D. (2010). Mindful gelukkig. 7 bronnen van innerlijke vreugde. Tielt, Lannoo
Dewulf, D. (2009). Mindfulness werkboek. Krachtig en mild leven in het nu. Roeselare, Roularta
www.aandacht.be

Werkwinkel 3
dinsdag 14 september 2010, voormiddag 11u30 - 13u00
Agressie Regulatie Training: een toepassing in de klinische praktijk

Rita Cottyn,
psychiatrisch verpleegkundige, PZ Heilig Hart, Ieper
Griet Borremans, ergotherapeute, psychologe, PZ Heilig Hart, Ieper
ART-training gaat ervan uit dat mensen met asociaal en agressief gedrag een aantal aan elkaar gerelateerde tekorten hebben. Ten eerste hebben ze een tekort aan interpersoonlijke, sociale en cognitieve vaardigheden. Ten tweede hebben ze een tekort aan impulscontrole. Ten derde hebben ze een meer egocentrisch en primitief niveau van moreel redeneren. Dit leidde tot een programma met drie belangrijke componenten nl.
1. de sociale vaardigheidstraining (aanleren van nieuw sociaal gedrag)
2. de boosheidscontroletraining
3. de training moreel redeneren (aanleren van een volwassen en minder egocentrische moraliteit).
Cliënten leren hoe hun gevoelens van kwaadheid te hanteren en te reageren met een nieuwe sociale vaardigheid. Dit wordt hen aangeleerd via de Goldstein-methodiek, nl. modeling, gedragsoefening, transfertraining en sociale bekrachtiging. Goldstein zag zijn therapie als een methodiek die – in eerste instantie - tegemoet komt aan de behoefte, leefwijze en leefwereld van de ‘lower-class cliënt’. Ze is echter geschikt voor meerdere doelgroepen. In een eerste luik (sociale vaardigheden) wordt op een systematische manier nieuw prosociaal gedrag aangeleerd.
Een tweede module (boosheidscontroletraining) leert hen ook wat ze niet moeten doen (antisociaal gedrag wordt afgeleerd). In de derde trainingsmodule (moreel redeneren) stellen we als doel om via groepsdiscussies over kleine dagelijkse morele dilemma’s vooruitgang te boeken om tot een hoger niveau van moreel redeneren te komen.
Het doel van het geheel van de drie modules is de zelfcontrole te verbeteren en de agressie te reduceren. De werkwinkelbegeleiders zijn opgeleid via de stichting ‘werken met Goldstein’, en zijn beiden betrokken als ART-trainer binnen het PZ Heilig Hart Ieper.

Werkwinkel 4
dinsdag 14 september 2010, voormiddag 11u30 - 13u00
Kiezen voor delen: gezinsontmoeting bij angst en depressie

Barbara Lavrysen, relatie- en gezinstherapeut, Afdeling Angst en Depressie, Universitaire Ziekenhuizen Leuven, campus Sint-Pieter
Lieven Migerode, relatie- en gezinstherapeut, Afdeling Angst en Depressie, Universitaire Ziekenhuizen Leuven, campus Sint-Pieter
Gezinnen die geconfronteerd worden met angst en depressie dreigen hun onderlinge verbinding te verliezen. Een opname vergroot de afstand en zet de verbinding verder onder druk. Tegelijk biedt een opname een kans om te zoeken naar een andere relationele verhouding. Wij trachten van bij het begin gezinnen samen te brengen en te ontmoeten in hun noden. We bieden een leerforum waarin aarzelingen, vragen en competenties gedeeld worden. Door te spreken over de spanning proberen we die tegelijk te normaliseren en krachten te bundelen. Onze werkvorm leunt eerder aan bij groepsgezinstherapie dan bij psycho-educatie. In deze werkwinkel willen we hulpverleners onderdompelen in een gezinsontmoeting zoals deze plaatsvindt op onze afdeling. Deelnemers kruipen in de huid van cliënten en hun relationele context en kunnen oefenen met de rol van facilitator om zo meer voeling te krijgen met vragen en noden die kunnen rijzen bij een opname. Het is een actieve oefening in het bewerkstelligen van een relationele verhouding waarbinnen een dialoog van samenwerking binnen en tussen gezinnen, en tussen gezinnen en hulpverleners, mogelijk wordt. We bespreken krachten en valkuilen van gezinsontmoetingen en maken ruimte voor discussie.
Referenties
Migerode, L. & Lavrysen, B. (2009). Gezinnen ontmoeten. PsychoPraktijk, 1, 15-18

Werkwinkel 5
woensdag 15 september 2010, voormiddag 9u15 - 10u45
Ambulante groepstherapie voor zwakbegaafde zedendelictplegers

Kim Gykiere,
hulpverlener, I.T.E.R., Brussel
Els Van Daele, hulpverlener, I.T.E.R., Brussel
Connie Naulaerts, hulpverlener, I.T.E.R., Brussel
Net als normaal begaafde personen plegen ook zwakbegaafde personen seksueel grensoverschrijdend gedrag en worden zij hiervoor aangemeld in de ambulante hulpverlening. Personen met een verstandelijke beperking vormen een uitdaging voor de (ambulante) hulpverlening. De beperkte cognitieve en communicatieve capaciteiten van deze mensen maken dat de hulpverlener veel creativiteit en geduld aan boord dient te leggen. Vaak wordt er geopteerd voor een individueel therapieparcours.
Met deze werkwinkel willen we ingaan op de mogelijkheden van ambulante groepstherapie voor zwakbegaafde personen als alternatief voor of aanvulling van individuele therapie. We willen dit doen aan de hand van het model van ambulante groepstherapie voor zwakbegaafde zedendelictplegers waarmee we al jaren aan de slag zijn in het centrum I.T.E.R. te Brussel. Met de werkwinkel beogen we zowel kennis over de doelgroep en aanpak te bevorderen alsook het aanreiken van concrete vaardigheden. Specifieke aspecten die aan bod komen zijn: de mogelijkheden en valkuilen van ambulante groepstherapie voor zwakbegaafde plegers, het zoeken naar een gemeenschappelijke taal, gebruik van beeld- en videomateriaal en concrete praktijkoefeningen.
Leerdoelen:
- kennis over doelgroep (zwakbegaafde personen/plegers) en aanpak (ambulante groepstherapie) vergroten
- aanreiken van concrete handvatten en vaardigheden om mee aan de slag te gaan in de praktijk
De deelnemers worden uitgenodigd om actief mee te reflecteren en deel te nemen aan de dialoog.
Referenties
Van Daele E. (2000). Psychotherapie met licht verstandelijk gehandicapte plegers van zedendelicten. Tijdschrift voor Psychotherapie, 26(6), 354-371

Werkwinkel 6
dinsdag 14 september 2010, namiddag 14u00 - 15u30
Focussen, de kracht van luisteren naar je lichaam

Katrijn Van Loock,
cliëntgericht therapeute, Werkgroep focussen Vlaanderen, Leuven
Focussen is een proces van luisteren. Luisteren naar je eigen lijfelijke beleving. Het lichaam en het lichamelijk gewaarzijn worden gebruikt als referentiebron. Door contact te maken met je lichaam groeit het inzicht in je eigen handelen en kom je in contact met je eigen innerlijke bron van verandering. Eugene Gendlin werkte deze methode van het focussen uit. Hij baseerde zich hiervoor op wetenschappelijk onderzoek naar bepalende factoren voor een succesvolle therapie. Door gebruik te maken van de techniek van het focussen in het therapeutisch proces verhoogt men de effectiviteit van de behandeling. Focussen is inpasbaar in elk therapeutisch proces en binnen elke therapeutische stroming. Tevens zijn er diverse toepassingsmogelijkheden buiten psychotherapie.
De deelnemers maken kennis met de techniek van het focussen en krijgen zicht op de verschillende toepassingsmogelijkheden.
Tijdens deze werkwinkel wisselen conceptualiseren, modeling en ervaren elkaar af. Daardoor kunnen de deelnemers de aangebrachte informatie aan hun eigen ervaren koppelen.
Met de verschillende oefeningen ervaren de deelnemers aan de lijve wat het focussen inhoudt als techniek en als proces.

Werkwinkel 7
dinsdag 14 september 2010, namiddag 14u00 - 15u30
Diagnostisch onderzoek bij volwassenen met autismespectrumstoornissen
Annelies Spek,
klinisch psycholoog, GGZ, Eindhoven
Ondanks de toegenomen kennis op het gebied van autismespectrumstoornissen (ASS) bij volwassenen is het voor veel clinici niet duidelijk welke instrumenten geschikt zijn om bij deze groep mensen het gedrag en de cognitieve stijlkenmerken goed in kaart te brengen.
In deze werkwinkel wordt besproken welke interviews en welke testen geschikt zijn om in de praktijk te gebruiken en hoe de resultaten geïnterpreteerd dienen te worden. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat het moeilijk is om de theory of mind bij volwassenen met ASS goed in kaart te brengen aangezien zij vaak compenseren door hun goede intelligentie. De adviezen zijn gebaseerd op recente publicaties over een Nederlandstalige populatie volwassenen met ASS en een gemiddelde tot boven gemiddelde intelligentie.
Verder wordt aandacht besteed aan profielen van volwassenen met ASS bij persoonlijkheidstesten en wat de waarde kan zijn van projectief materiaal. Een belangrijk onderdeel van de werkwinkel is het leren omzetten van de testresultaten naar praktische adviezen met betrekking tot behandeling, werk en opleiding.
Leerdoelen:
Toename van kennis en vaardigheden op de volgende gebieden:
- het herkennen en juist diagnosticeren van een autismespectrumstoornis
- het kiezen en juist interpreteren van testmateriaal m.b.t. het (neuro)psychogologisch onderzoek.
Tijdens de werkwinkel wordt er filmmateriaal gebruikt van mensen met ASS. Hierover wordt met de zaal gediscussieerd. We kijken o.a. naar een verhaal dat een jongeman met autisme vertelt over een TAT-plaat (een vertelplaat). Op welke manier is zijn verhaal anders dan dat van anderen? Verder bespreken we met de aanwezigen hoe testresultaten om te zetten in passende adviezen voor de praktijk. Indien voldoende tijd, doen we een rollenspel rond differentiaaldiagnostiek.

Werkwinkel 8
dinsdag 14 september 2010, namiddag 14u00 - 15u30
Autistisch lichaamsbeeld in kaart

Julien Cannoot,
ergotherapeut, PC Dr. Guislain, Gent
Door het beluisteren van geselecteerde muzieknummers worden verschillende gevoelens van de cliënt aangeraakt. Door tekenopdrachten (ook klei of andere) kunnen deze gevoelens een beeld, een herinnering een gezicht krijgen.
In een 'veilige groep' van maximum acht personen volgt de nabespreking en eventueel een gesprek met de therapeut. Via creatieve methoden begeleiden en ondersteunen we mensen in hun ontwikkelingsproces en verandering en/of aanvaarding. Het effect kan inzicht, verrijking, of verwerking zijn, maar ook verbetering van het cognitief of lichamelijk functioneren.
De werkwinkel bestaat uit een korte theoretische kadering. Daarna wordt aan de deelnemers zelfervaringsoefeningen aangeboden en is er nog ruimte voor vraagstelling en discussie.

Werkwinkel 9
dinsdag 14 september 2010, namiddag 14u00 - 15u30
Narratieve Zorg: het belang van het levensverhaal in de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen

Marie-Christine Adriaensen,
gerontoloog, CGGZ Brussel
Hans Baert, psychotherapeut, ouderenteam, CGGZ Brussel
Filip Bouckaert, psychiater, ouderenteam, CGGZ Brussel; UPC KULeuven, Campus Kortenberg
Gina De Vos, afdelingshoofd seniorenkliniek, Sint-Jozef, Pittem
An Verbrugghe, afdelingspsychiater seniorenkliniek, Sint-Jozef, Pittem
Iedereen kijkt af en toe terug op het leven en haalt herinneringen op. Bij ouderen gebeurt het heel spontaan; bepaalde levensgebeurtenissen duiken onaangekondigd aan. Als de oudere het ook kan vertellen dan heeft dit een helend effect, zeker als het gaat om ingrijpende gebeurtenissen.
Werken met levensverhalen heeft een therapeutisch doel. Het gaat niet alleen om introspectie maar ook om retrospectie. De oudere komt ‘op verhaal’ en dit biedt hem de mogelijkheid om het heden, het verleden en de toekomst met elkaar te verbinden.
Vanuit onze expertise is het levensverhaal van essentieel belang in de zorg. Hulpverleners leren de oudere in zijn ‘eigenheid’ kennen waardoor er een betekenisvolle relatie kan ontstaan.
Deze werkwinkel belicht het werken met levensverhalen.
Leerdoel
Hulpverleners sensibiliseren om aandacht te schenken aan het levensverhaal van de oudere met als doel een betekenisvolle relatie aan te gaan.
Actieve betrokkenheid van de deelnemers bestaat uit
- Samen met de deelnemers nadenken over manieren om een coherent, constructief en perspectiefrijk levensverhaal te ontwikkelen
- Interactie aangaan over de ontwikkelde levensverhaalmethodiek (nut, voordelen, nadelen, valkuilen, …)
Referenties
Bohlmeijer, E., Mies L. & Westerhof G., (2006). De Betekenis van levensverhalen. Houten, Bohn Stafleu van Loghum
Bohlmeijer, E. (2007). De verhalen die wij leven. Narratieve psychologie als methode. Amsterdam, Boom

Werkwinkel 10
dinsdag 14 september 2010, namiddag 14u00 - 15u30
Suïcide Preventie 2.0

Jan De Coster,
projectleider preventie 2.0, Centrum ter Preventie van Zelfdoding, Jette
Jongeren gaan vaak online op zoek naar oplossingen voor hun problemen. Zo ook met hun gedachten rond zelfdoding. Ze zoeken naar lotgenoten en proberen hun ervaringen uit te wisselen in zelfgemodereerde fora. Deze jonge mensen zijn erg kwetsbaar en erg gevoelig voor drempelverlagende informatie, zoals gedetailleerde informatie over zelfdodingsmethodes, of de rechtvaardiging van zelfdoding als een oplossing voor een probleem. Het is daarom vaak belangrijk om deze alarmerende berichten in het juiste kader te plaatsen, zonder daarom te autoritair op te treden, en de jongeren weg te jagen van het medium.
In deze werkwinkel bekijken we verschillende vormen van communicatie over zelfdoding online, en oefenen we de inschatting ervan, alsook de mogelijke reacties.
Leerdoel:
De deelnemers vertrouwd maken met het suïcidaal proces, alsook hoe dat zich manifesteert bij online communicatie. We bekijken de specifieke omstandigheden bij online communities, en overlopen voorbeelden op enkele sites.
Tijdens de oefeningen bekijken we verschillende vormen van online communicatie van een persoon met mogelijke zelfdodingsgedachten. We proberen de ernst van de situatie in te schatten voor de persoon zelf, en voor de andere bezoekers op de site.

Werkwinkel 11
dinsdag 14 september 2010, namiddag 16u00 - 17u30
Het paard als co-therapeut

Karen Vermuyten,
equitherapeut, counselor, Equilibrium, Zoersel
Bij equitherapie (therapie met paarden) wordt een driehoeksverhouding aangegaan tussen de cliënt, de therapeut en het paard. Deze vorm van therapie bouwt voort op de meer dan 40-jarige traditie van wetenschappelijk georiënteerd therapeutisch rijden in Duitstalig Europa en Nederland. Speciaal opgeleide therapiepaarden, die gevoelig, meewerkend en sociaal zijn, voelen haarfijn spanningen, blokkades en reacties aan en reageren hierop. Het paard oefent op mensen een aantrekkingskracht uit, die hen sterk motiveert om zich open te stellen in psychotherapeutische, pedagogische of psychosociale processen. De wens om dichtbij het paard te zijn, zich samen met hem te bewegen, het aan te raken en een relatie met hem op te bouwen, kan ervaringen gemakkelijker maken. Het daarbij horende proces, dat zich anders met veel moeite, of helemaal niet zou afspelen, wordt hierdoor gemakkelijker en dragelijker voor de cliënt. Equitherapie kan uitkomst bieden bij: ADHD, autismespectrumstoornissen, depressie, stress, (chronische) vermoeidheid, burn-out, eet- verslavings- en hechtingsproblematiek. Ook mensen die moeten omgaan met verandering en verlies kunnen baat hebben bij deze vorm van therapie. Daarnaast kan equitherapie ook ingezet worden bij persoonlijke groei en ontwikkeling.
Tijdens deze werkwinkel krijgt men de kans om in de huid van het paard te kruipen en aan den lijve te ondervinden hoe dit dier spanningen en reacties aanvoelt en dit onbewust weergeeft. De therapeut observeert dit zoals binnen de driehoeksrelatie en geeft hierover feedback. Samen wordt er gekeken of er hier een proces op gang kan komen.
Doel: kennis over Equitherapie verhogen. Aan den lijve (maar zonder paard) ondervinden waarop equitherapie gebaseerd is.

Werkwinkel 12
dinsdag 14 september 2010, namiddag 16u00 - 17u30
InFoP2, psycho-educatiepakket over psychose

Mieke Craeymeersch,
directeur, Similes, Heverlee
Geerke Steegen, psychiater, CHU Brugmann, Brussel
Dirk Snauwaert, maatschappelijk werker, PZ Onze Lieve Vrouw, Brugge
InFoP is een psycho-educatiepakket over psychose. Het werd in 2005 ontwikkeld door een gemengde stuurgroep van professionele zorgverstrekkers en familieleden, onder auspiciën van de Belgische Schizofrenieliga. InFoP brengt de recentste wetenschappelijke know-how over schizofrenie op een bevattelijke manier. Het pakket is immers ontwikkeld om aan een brede groep mensen de basisinzichten bij te brengen omtrent de schizofrene psychose. Het basispakket bestaat uit vier sessies van telkens twee uur en omvat vier ppt-presentaties met begeleidend commentaar voor de lesgever en een boekje. Het pakket wordt met succes gebruikt in geestelijke gezondheidsvoorzieningen en daarbuiten voor een diverse doelgroep van familieleden, patiënten, medewerkers 1ste lijn, opvoeders,...
Op basis van evaluaties van de deelnemers en gezien een aantal wetenschappelijke nieuwe inzichten, is InFoP recent geupdate, vandaar InFoP2. Omdat er ook vraag was naar meer materiaal werden twee bijkomende sessies ontwikkeld: één sessie omtrent psychose en drugs en één sessie over de gedwongen opname en de voorlopige bewindvoering. Het InFoP2-basispakket bestaat uit de volgende vier modules: wat is een psychose?; psychose begrijpen; de rol van medicatie; De rol van andere interventies; module vijf en zes zijn nieuw.
InFoP2 is gratis en kan gemakkelijke gedownload worden.
In deze werkwinkel wordt het vernieuwde basispakket toegelicht evenals de twee nieuwe sessies. Na deze werkwinkel kan men zelf aan de slag met het pakket of kan men het introduceren in de eigen professionele setting.

Werkwinkel 13
dinsdag 14 september 2010, namiddag 16u00 - 17u30
Het belang van een gedegen risico-inschatting bij personen met suïcidale gedachten

Sabrina Marx,
lic. psychologie, suïcidepreventiewerking van de cgg, CGG/LITP, Hasselt
Stefanie Ghekiere, lic. psychologie, suïcidepreventiewerking van de cgg, CGG Andante, Merksem
Vicky Van Dooren, lic. psychologie, suïcidepreventiewerking van de cgg, CGG De Pont, Mechelen
De relevantie van het bespreekbaar maken van suïcidale ideatie staat centraal in deze werkwinkel. De elementen die deel uitmaken van een gedegen risico-inschatting worden besproken. Wanneer en op welke manier wordt er gepeild naar mogelijke suïcidaliteit? Welke risicofactoren en beschermende factoren spelen een rol? Hoe sterk is de hopeloosheid aanwezig? Welke betekenis geeft de suïcidale persoon aan zijn suïcidaliteit?
Aan de hand van casussen uit de praktijk krijgen de deelnemers handvatten aangereikt om op korte tijd suïcidaliteit bespreekbaar te maken en een gedegen risico-inschatting uit te voeren.
Leerdoel:
• Inzicht in de relevantie van het bespreekbaar maken van suïcidale ideatie
• Handvaten voor een gedegen risico-inschatting bij suïcide risico
• Aan de hand van goede praktijkvoorbeelden de deelnemers vertrouwd maken met het bespreken van en risico inschatten van suïcidaliteit.

Werkwinkel 14
dinsdag 14 september 2010, namiddag 16u00 - 17u30
Dramatherapie in de praktijk

Daan Van den Bossche,
dramatherapeut, lid algemene vergadering Belgische Vereniging voor Creatieve Therapie; d_Link, Ruimte voor Kind- en Gezinsbegeleiding, Deurne
Lieven Desomviele, docent/dramatherapeut, lid RVB Belgische Vereniging voor Creatieve Therapie; Arteveldehogeschool, sens-psychologen, Gent
Dramatherapie is de laatste jaren erg in opmars in Vlaanderen. Het opleidingsaanbod neemt toe, en steeds meer klinische teams nemen deze creatieve ervaringsgerichte behandelvorm op in hun multidisciplinaire werking. Dramatherapie brengt een belichaamd creatief proces op gang dat zowel verbale als non-verbale expressie stimuleert. Dat maakt het een boeiende aanvulling binnen ons hulpverlenersaanbod. De introductie van dramatisch spel in therapie creëert een oefengebied en metafoor voor de werkelijkheid. (Dis)functionele rolpatronen worden duidelijk en nieuw gedrag word geëxploreerd en uitgetest.
Deze werkwinkel biedt de deelnemers een introductie in de dramatherapie. Participanten maken kennis met de identiteit, eigenheid en het takenpakket van de dramatherapeut. Tijdens ervaringsgericht werk worden toepassingsmogelijkheden actief beleefd, en hierbij zal het dramatherapeutisch methodisch handelen worden toegelicht.
Referenties
Cleven, G. (2004). In scène: dramatherapie en ervaringsgerichte werkvormen in hulpverlening en begeleiding. Houten, Bohn Stafleu Van Loghum
Johnson, D. R. & Emunah, R. (2009). Current approaches in drama therapy. Springfield/Illinois, Charles C. Thomas

Werkwinkel 15
woensdag 15 september 2010, voormiddag 9u15 - 10u45
Integratie in de Lichtstad

Jeanine van der Meijden,
psychotherapeut, programmamanager, GGzE, Eindhoven
Myrian Polman, psychotherapeut, programmamanager, GGzE, Eindhoven
In de hulpverlening aan mensen met autisme is integratie een centraal thema. Zoals bekend uit de theorie oover centrale coherentie is integratie optimaal als de afzonderlijke delen in hun samenhang en context worden beschouwd.
Aandacht voor de persoon met autisme vraagt om het oog hebben voor zijn psychische welbevinden, zijn sociale omgeving en leefomstandigheden. In de praktijk laat dit zich vertalen in een zorgaanbod waarin activiteiten worden aangeboden vanuit een multidisciplinair georganiseerde context, gecoördineerd door een centrale contactpersoon. Integratie van psychologische, psychiatrische, pedagogische én preventieve expertise is hierbij van groot belang.
Aandacht voor de persoon met autisme betekent ook aandacht hebben voor de vaders, moeders, broers, zussen, kinderen en partners. Educatie, inzicht in de gevolgen van verschillen in informatieverwerking en aandacht voor eigen copingstrategieën en kwaliteiten zijn hierin essentieel.
Vanuit maatschappelijk oogpunt vraagt het bereiken van inclusie en participatie in de samenleving om het zichtbaar maken van de talenten van mensen met autisme en het creëren van condities waaronder zij optimaal kunnen functioneren. Hulpmiddelen zijn het geven van voorlichting, samenwerken met studiebegeleiders en werkgevers, diagnostiek die zich laat vertalen naar het alledaagse functioneren, het creëren van autismevriendelijke omgevingen en de inbreng van ervaringsdeskundigheid.
Integratie vraagt aldus om het aanbrengen van een ‘contextuele samenhang’ op individueel niveau, systeem-, organisatie- en maatschappelijk niveau. De GGz Eindhoven kent een praktijk waarin dit proces in volle gang is.
Leerdoel: leren over een bijzondere ontdekkingsreis van segmentatie naar integratie.
Na de inleiding worden de deelnemers uitgenodigd het proces van integratie binnen de eigen praktijk te visualiseren, met als doel inzicht te krijgen in de fase van ontwikkeling binnen de eigen context en te leren van anderen.

Werkwinkel 16
woensdag 15 september 2010, voormiddag 9u15 - 10u45
Schemagerichte therapie en psychomotorische therapie: 1+1=3

Carla Giebens,
gedragstherapeut, Elim, PZ Bethanië, Kapellen
Griet Peetermans, Elim, PZ Bethanië, Kapellen
Het doel is de deelnemers iets bij te brengen over de manier waarop we elementen uit de psychomotorische therapie (pmt) en de schemagerichte therapie combineren. We beschrijven hoe we de sessies vormgeven en demonstreren enkele oefeningen die aan bod kunnen komen. Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk kunnen we een blik geven op de mogelijkheden die onze werkvorm biedt. We geloven en ondervinden dat het gecombineerd aanbieden van schemagerichte therapie en pmt de integratie van weten en voelen bij cliënten bevordert. Tegelijk maken we het onszelf met deze combinatie niet gemakkelijk. We maken dan ook graag ruimte om iets te vertellen over de moeilijkheden die we onderweg tegen komen.
In de demonstratie van onze manier van werken plaatsen we het publiek in de rol van cliënt. De deelnemers zal gevraagd worden zich in te leven in een cliënt met een bepaald schema. Van daaruit kunnen ze deelnemen aan de oefeningen die we voorstellen en iets ervaren van onze manier van werken.

Werkwinkel 17
dinsdag 14 september 2010, voormiddag 11u30 - 13u00
De lichaamsbeleving als aandachtspunt binnen een therapeutische interventie

Michel Probst,
hoofddocent/diensthoofd psychomotorische therapie; FaBeR, KULeuven/ UPC KUleuven, campus Kortenberg
De aandacht voor de lichaamsbeleving binnen de verschillende therapeutische interventies in de geestelijke gezondheidszorg neemt toe. Vele psychiatrische stoornissen worden immers geassocieerd met een verlaagd zelfwaardegevoel en een negatieve lichaamsbeleving.
Over de term ‘lichaamsbeleving’ bestaan verschillende definities. In de psychomotorische therapie wordt de lichaamsbeleving beschouwd als een onderdeel van het multidimensioneel en hiërarchisch model van het zelfconcept. De term verwijst naar de perceptie (uitwendige - vooral tactiele en visuele - en inwendige waarneming van het lichaam), de subjectieve ervaring (affectieve en emotionele componenten) en de persoonlijke opvattingen en interpretaties (cognitieve constructen) van het eigen lichaam.
De literatuur onderscheidt twee basisopvattingen in de benadering van de lichaamsbeleving. Een eerste beschouwt de lichaamsbeleving als secundair of een gevolg van wat anders. Als dit laatste opgelost is veronderstelt men een spontane normalisatie van de lichaamsbeleving. De tweede basisopvatting is dat de lichaamsbeleving een primair en essentieel aspect is waarvoor een aanpak van dit facet aan te bevelen is. Dit kan op een (a-) specifieke en/of (non-) verbale benadering. De psychomotorische therapie probeert de lichaamsbeleving te beïnvloeden via een directe ervaringsgerichte methode. Psychomotorische therapie poogt via bewegingsactiviteiten en lichamelijkheidoefeningen de fysiologische, sensoriele, fysieke, affectieve, cognitieve, gedrags-, communicatieve, sociale, relationele en of symbolische dimensies van het persoonlijk welzijn te bevorderen, te stimuleren, te integreren en te beïnvloeden.
In deze werkwinkel worden een aantal concrete oefeningen uit de psychomotorische therapie (spiegeloefeningen, ademhalingsoefeningen, relaxatie, body awareness oefeningen) voorgesteld ter illustratie van hoe personen meer vertrouwd kunnen worden met hun lichamelijke gewaarwordingen en hoe ze deze gewaarwordingen beter kunnen controleren.

Werkwinkel 18
woensdag 15 september 2010, voormiddag 9u15 - 10u45
Hulpverlenend werken met suïcidale jongeren

Jolien Mertens,
suïcidepreventiewerkster, cgg suïcidepreventiewerking, Jeugdteam, CGG Andante, Merksem
Joke Vandenhoute, suïcidepreventiewerkster, Jeugdteam, CGG PassAnt, Halle
De confrontatie met jongeren die een einde willen maken aan hun leven is vaak een emotioneel moeilijk gegeven. Zowel voor de jongere, de professionele therapeut als de persoon achter de therapeut.
Omgaan met het thema is geen evidentie, het vraagt de nodige kennis, vaardigheden en “kalmte” om met deze problematiek om te gaan.
In de werkwinkel willen we graag aan de hand van een casus stilstaan bij bruikbare en ondersteunende handvatten in de omgang met suïcidale jongeren. De inleving in een bepaalde positie en de uitwisseling van eigen ervaringen spelen een belangrijke rol.
Deelnemers worden onderverdeeld in drie groepen. Elke groep verdiept zich in dezelfde casus, maar vanuit een verschillend standpunt. De ene groep is hulpverlener, de andere groep persoon achter de hulpverlener en de derde groep is cliënt. Er moet nagedacht en uitgewisseld worden over een aantal thema’s en vragen. Nadien worden de groepen bij elkaar geplaatst en worden antwoorden uitgewisseld. Er is ook ruimte voor discussie tussen de verschillende posities.

Werkwinkel 19
woensdag 15 september 2010, voormiddag 11u15 - 12u45
Pedoseksualiteit: classificatie en richtlijnen voor interventies

Siegfried Koeck,
psycholoog, Forensisch Kenniscentrum, PZC Daelwezeth, Rekem
Pedoseksualiteit is een controversieel onderwerp dat vaak tot ongenuanceerde standpunten leidt. In het belang van de maatschappij is het echter aan te bevelen dat de geestelijke gezondheidszorg zich laat inspireren door feitelijke gegevens die efficiënte interventies toelaten. Studies tonen immers een grote verscheidenheid bij plegers van seksuele delicten jegens minderjarigen. Zij verschillen van elkaar op dimensies als de mate van psychoseksuele gerichtheid naar kinderen, sociale competentie, contactfrequentie en fysieke agressie.
Die factoren worden gescoord aan de hand van een checklist, het Systeem voor de Classificatie van Extrafamiliale Pedoseksuelen (SCEP-1). Het type van pleger dat men op die wijze bekomt, zal mee de keuze van interventies bepalen.
Deze werkwinkel biedt een inzicht over verschijningsvormen van pedoseksualiteit en een gelegenheid om het SCEP-1 classificatiesysteem te oefenen aan de hand van gevalstudies.
Referenties
Koeck S., De Doncker, D.A.M., Huys, W., & Winter, J., (2006). Classificatie van extrafamiliale pedoseksuelen, Deel II: SCEP-1: Het MTC:CM3 systeem herbekeken. Tijdschrift voor Seksuologie, 30 (2), 75-90

Werkwinkel 20
woensdag 15 september 2010, namiddag 13u45 - 15u15
Compas: een cursus voor familieleden van mensen met psychose

Geert Gardin,
stafmedewerker ggz, kliniekcoördinator psychosenkliniek, PZ Onze Lieve Vrouw, Brugge
Mieke Craeymeersch, directeur, Similes, Heverlee
Hilde Vanderlinden, projectmedewerker, Similes, Heverlee
Dirk Snauwaert, maatschappelijk werker, PZ Onze Lieve Vrouw, Brugge
De Compascursus werd in februari 2008 voor het eerst voorgesteld en was een samenwerking van de Belgische Schizofrenieliga, Similes en deskundigen. De cursus vormt het sluitstuk van een proces dat vele jaren geleden is begonnen. De oorspronkelijke werkgroep wou een cursus ontwikkelen om familieleden van mensen met psychose te leren om gaan met deze situatie. Dit bleek niet mogelijk zonder eerst de nodige kennis bij te brengen over psychose. Zo ontstond het InFop-programma (Informatie voor Familieleden omtrent Psychose). Na het InFop-programma ontwikkelde de werkgroep de ‘Compascursus’. Deze cursus werd op twee verschillende plaatsen getest en goed bevonden. De cursus werd reeds drie keer georganiseerd in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze Lieve Vrouw te Brugge en is inmiddels onderdeel van een breder psycho-educatief aanbod.
Compas bestaat uit drie inhoudelijke blokken, gespreid over tien sessies: blok 1 Copingvaardigheden, blok 2 Zelfzorg, blok 3 Zingeving.
In de werkwinkel maken de deelnemers uitgebreid kennis met de Compascursus. Volgende elementen komen daarbij aan bod: - ontstaan en het belang; - inhoud - hoe organiseren; - moeilijkheden en valkuilen; - Compas in de toekomst.
Bepaalde module-onderdelen worden exemplarisch gespeeld met de deelnemers, daarnaast is er tijd voor vraag en antwoord.
De werkwinkel is bedoeld voor mensen die reeds actief met families werken en hun aanbod graag zouden willen uitbreiden en plannen binnen afzienbare tijd effectief van start te gaan met een Compascursus. Ervaring in het werken met families is dus een belangrijke voorwaarde. Idealiter sluit men aan per duo omdat in de Compascursus ook telkens met een duo gewerkt wordt.

Werkwinkel 21
woensdag 15 september 2010, voormiddag 11u15 - 12u45
Tool voor Uitkomstenmanagement (TUM): therapeutisch en beleidsinstrument om behandeluitkomsten in kaart te brengen

Stefaan Baert,
stafmedewerker, Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid, Gent
Onderzoek naar de toepassing van uitkomstenprincipes in de Vlaamse geestelijke gezondheidszorg toont aan dat veel organisaties moeilijkheden ondervinden bij de verzameling en verwerking van behandelresultaten (Baert e.a. 2010).
Als antwoord hierop ontwikkelde de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid de Tool voor Uitkomstenmanagement (TUM). Dit web-based instrument toont op een efficiënte en gebruiksvriendelijke manier vorderingen in de behandeling van mensen met psychische problemen. De TUM meet verschillende behandeluitkomsten, zoals het functioneren van patiënten, vanuit verschillende perspectieven, en kan gebruikt worden op twee niveaus. Op behandelniveau krijgt de hulpverlener onmiddellijk feedback over diverse behandeluitkomsten van cliënten. Op organisatieniveau krijgen beleidsmensen zicht op de kwaliteit van de zorg in hun organisatie.
Nadat de mogelijkheden van de TUM gedemonstreerd zijn, kunnen de deelnemers van deze werkwinkel zelf cliëntgegevens inbrengen en analyses uitvoeren.
Referenties
Baert, S., Vanderplasschen, W., & Casselman, J. (2010). Hoe behandelresultaten in ggz meten? Tussentijdse evaluatie in Vlaanderen

Werkwinkel 22
woensdag 15 september 2010, voormiddag 9u15 - 10u45
Dissociatieve stoornissen: ways of perceiving

Manoëlle Hopchet,
voorzitter, Belgisch Instituut voor Psychotrauma en EMDR, Eeklo
Marijke Vandervoort, Belgisch Instituut voor Psychotrauma en EMDR, Eeklo
Deze werkwinkel richt zich vanuit de theorie van de structurele dissociatie van E. Nijenhuis, O. van der Hart en K. Steele op het sensibiliseren van de deelnemers rond de aanwezigheid van dissociatieve klachten bij sommige 'moeilijke' patiënten. Complex getraumatiseerde en DIS-patiënten vertonen vaak een heleboel klachten die therapeutisch vaak moeilijk te behandelen zijn.
De werkwinkel zal voorts kort het therapeutisch fasenmodel (eerder beschreven door Pierre Janet) belichten en aan de hand van oefening/demonstratie van enkele richtlijnen, tips en aandachtspunten aanbieden bij het behandelen van patiënten met dissociatieve stoornissen.
Referenties
van der Hart, O., Nijenhuis, E. & Steele, K. (2006). The Haunted Self: Structural Dissociation and the treatment of Chronic Traumatization. New York, Norton

Werkwinkel 23
woensdag 15 september 2010, voormiddag 11u15 - 12u45
Muziektherapie kiezen is niet verliezen

Kim Clays,
muziektherapeut, PZ Sint-Camillus, Sint-Denijs Westrem
Mensen met stemmingsstoornissen of met persoonlijkheidsproblematiek hebben dikwijls de neiging om zich volledig aan te passen aan anderen of om zich te isoleren en op zichzelf terug te plooien. Aan de hand van concrete oefeningen werken mensen binnen de muziektherapie aan het ontwikkelen van een eigen muzikale smaak, een eigen identiteit. Het zelfvertrouwen vergroot, sociaal contact wordt gestimuleerd. Er is plaats voor ontmoeting en samenwerking.
Oefening 1: maak je keuze duidelijk op een non-verbale manier Actieve oefening met muziekinstrumenten - geen voorkennis vereist.
Oefening 2: interview over de muziek(keuze). Muziek beluisteren en nadien een dynamisch gesprek op gang brengen.
Oefening 3: "iets van mij en iets van jou". Een muziekkeuze, een uitvoering, of een improvisatie tot stand laten komen door inbreng van meerdere personen.

Werkwinkel 24
woensdag 15 september 2010, namiddag 13u45 - 15u15
Video-observaties van probleemgedrag bij personen met een diep en ernstige verstandelijke handicap

Herman Wouters,
orthopedagoog, Stichting Marguerite-Marie Delacroix, Tienen
We gebruiken in onze praktijk het observatieschema van de Nederlander Jacques Heijkoop, om uitspraken te doen over wat er in non-verbale personen met een verstandelijke handicap omgaat.
In een eerste moment beschrijven we wat we waarnemen: een gezichtuitdrukking, een blik, de lichaamshouding, de positie van het hoofd, bewegingen in de ledematen, geluiden met een bepaald volume of toonhoogte en de veranderingen daarin.
In een tweede fase interpreteren we deze observaties waarbij we ons afvragen wat er op dat ogenblik in de binnenkant van die persoon omgaat: de motieven, gedachten, gevoelens, gewaarwordingen. We maken daarover hypotheses, die we daarna nakijken op hun correctheid. Door te oefenen wordt men een accurate observator en leert men betekenisvolle uitspraken te doen over de binnenkant van een ander. Dat is een belangrijke vaardigheid voor iemand die non-verbale personen begeleidt.
Tijdens de werkwinkel oefenen we met een aantal videofragmenten waaruit belangrijke inzichten zijn gekomen voor de behandeling van het probleemgedrag van de betrokken personen.

Werkwinkel 25
woensdag 15 september 2010, voormiddag 11u15 - 12u45
Metacognitieve Training

Pieter Naert,
wetenschappelijk coördinator, PZ Heilig Hart, Ieper
Fabien Corneillie, psycholoog, PZ Heilig Hart, Ieper
Heidi Devos, psycholoog, PZ Heilig Hart, Ieper
Moritz en Woodward (o.a. 2006) doen al jaren onderzoek naar cognitieve bias bij schizofrenie en stelden zich als doel om de voortschrijdende wetenschappelijke kennis over problemen met betrekking tot metacognitieve processen bij schizofrenie, zoals 'jumping to conclusions', gebrek aan een adequate 'theory of mind' en verkeerdelijk attribueren van gebeurtenissen toegankelijk te maken voor de klinische behandelpraktijk. Deze processen vormen de kern van MCT (MetaCognitieve Training), een training in groep, die de deelnemers op een aantrekkelijke en speelse manier opvallende tendensen in cognitieve processen laat ervaren. De training behandelt de algemene metacognitieve bias en is niet gericht op persoonlijke waanthema's, zoals bij individuele cognitieve gedragstherapie. Beiden kunnen aanvullend werken. Metacognitieve training wordt sinds het najaar van 2008 op indicatie aangeboden in het PZ Heilig Hart Ieper aan patiënten opgenomen in de sector psychosenzorg. De trainers volgden een train-de-trainer-module bij Drs. Klaas de Boer in Utrecht, die instond voor de Nederlandse vertaling van MCT en de introductie ervan in Nederland. In de werkwinkel wordt eerst het theoretisch kader van MCT voorgesteld, evenals de ervaringen na anderhalf jaar MCT. De rest van de werkwinkel wordt opgevat als een mini- train-de-trainer waarbij deelnemers zelf kunnen ervaren hoe MCT in de praktijk gebeurt en krijgen ze handvatten aangereikt over hoe ze zelf MCT kunnen implementeren in hun praktijk.
Referenties
Moritz, S. & Woodward, T.S. (2007). Metacognitive training in schizophrenia: from basis research to knowledge translation and intervention. Current Opinions in Psychiatry, 20, 619-625

Werkwinkel 26
woensdag 15 september 2010, namiddag 13u45 - 15u15
Acceptance and Commitment Therapy (ACT) groepen voor volwassenen: een ervaringsgerichte werkwinkel

Maarten Bockstaele,
psycholoog, GGZ Waas en Dender, Sint-Niklaas
In oktober 2008 startte het centrum voor geestelijke gezondheidszorg GGZ Waas & Dender met het ontwikkelen en proefdraaien van groepsprotocollen voor (jong)volwassenen. Dit protocol is gebaseerd op Acceptance en Commitment Therapy, een derde generatie gedragstherapie die op een meer contextuele en experiëntiële manier tracht in te werken op gedachten, gevoelens, herinneringen,... eerder dan op de inhoud, zoals bij cognitieve gedragstherapie. De hulpverlener maakt hierbij onder andere gebruik van acceptatie- en mindfulness technieken en waardegerichte interventies. Deze benadering is wetenschappelijk onderbouwd en blijkt effectief te zijn bij tal van problematieken, zoals depressie, angst, obsessief-compulsieve stoornissen en trauma, en is zowel curatief als preventief bruikbaar (Hayes, Luoma, Bond, Masuda, & Lillis, 2006). In september 2010 zullen we in ons cgg tien groepen afgerond hebben en onderzoeksmatig opgevolgd.
In deze werkwinkel staan we kort stil bij het ACT-model en gaan daarna dieper in op de inhoud van de sessies, zowel theoretisch, praktisch als aan de hand van voorbeelden, oefeningen en metaforen. We delen onze ervaringen en presenteren de resultaten van het onderzoek. Er is tijd voorzien voor vraagstelling.

Werkwinkel 27
woensdag 15 september 2010, namiddag 13u45 - 15u15
Kiezen voor een team, delen van kwetsbaarheid

Johan De Keyser,
trainer coach Essento, Schoten
Patrick Lencioni onderscheidt vijf waarden die essentieel zijn voor een efficiënt werkend team.
1. Vertrouwen: teamleden vertrouwen elkaar op een fundamenteel en emotioneel niveau.
2. Conflict: teamleden aarzelen niet om het oneens te zijn met elkaar, mekaar uit te dagen en eigen gedrag in vraag te stellen.
3. Commitment: teamleden houden zich aan de genomen beslissingen.
4. Aansprakelijkheid: teamleden spreken mekaar aan op het al dan niet respecteren van de beslissingen en de teamwaarden.
5. Resultaten: teamleden focussen op het belang van het team i.p.v. op individuele belangen.
In deze werkwinkel licht Johan De Keyser de ‘Vijf essenties van een team’ toe. Na vijftien jaren als freelance trainer en coach stond hij de voorbije twee jaren weer met beide voeten in de realiteit als afdelingshoofd van een opname- en een behandelafdeling. Hij probeerde als coachend leidinggevende deze essenties te integreren in zijn werken met teamleden, maar ook met de aanwezige patiënten. Hij slaagde niet in zijn missie door visieverschillen met de directie en besloot in onderling overleg een einde te maken aan zijn mandaat.
Samen met de deelnemers van deze werkwinkel wilt hij ideeën uitwisselen over de haalbaarheid van het werken met deze essenties in de zorgsector. Wat betekenen ze en hoe breng je deze in de praktijk? Hoe kan je meten dat je als team goed bezig bent? En wat houdt coachend leiderschap nu eigenlijk in? Deze en andere vragen komen zeker aan bod.
De actieve betrokkenheid van de deelnemers bestaat er in dat we de werkwinkel interactief willen maken. Elke essentie wordt getoetst aan de realiteit. Er worden voorbeelden gegeven door de werkwinkelbegeleider en voorbeelden gevraagd van de deelnemers. Er wordt stil gestaan bij mogelijke hindernissen en gezocht naar mogelijkheden om een (h)echte teamwerking op de werkvloer waar te maken.

Werkwinkel 28
woensdag 15 september 2010, namiddag 13u45 - 15u15

Muzikale improvisatie van naderbij bekeken
Griet Plettinx, muziektherapeut, K-dienst, AZ Nikolaas, Sint-Niklaas
Charlotte Christiaens, muziektherapeut, PTC Rustenburg, Brugge
Muziektherapie is een overwegend preverbale therapievorm. Via muziek in al haar vormen kan de patiënt indirect psychische problemen vormgeven en laten evolueren op een muziek-symbolisch niveau.
Afhankelijk van de problematiek van de patiënt, zijn relatie tot muziek, zijn wijze van improviseren en de manier waarop hij zich verhoudt tot de therapeut (en groepsgenoten) binnen het therapeutische kader maakt de muziektherapeut gebruik van verschillende muzikale interventies. Zoals er zijn: het vormgeven en structureren van het spel van de patiënt; het ondersteunen en dragen, afgestemd op affectniveau: spiegelen, matchen,... Dit met als doel beleving en inzicht bij de patiënt te bevorderen en psychische problemen door te werken.
Tijdens deze werkwinkel kunnen de deelnemers vrije improvisatie zelf ervaren en ontdekken. Naast het beleven en ervaren wordt ook stilgestaan bij de specifieke mogelijke muziektherapeutische interventies.
Beide muziektherapeuten studeerden muziektherapie aan het Lemmensinstituut te Leuven en zijn aangesloten bij beroepsvereniging muziektherapie (BMT).